Kaarsen

– De lont dient ten alle tijden schoon en kort gehouden te worden (niet langer dan 1 cm). Knip de lont zo nodig af voordat je de kaars aansteekt en zorg dat de lont rechtop staat. Indien de kaars roet of een grote vlam geeft moet er ook een stukje van de lont worden afgeknipt.
– Plaats brandende kaarsen niet op de tocht. Een kaars die op de tocht staat druipt en walmt altijd.
– Brand geen kaarsen in de buurt van andere warmtebronnen, zoals tv, radiator, open haard etc. De kaars kan dan gaan druipen.
– Plaats kaarsen nooit in de volle zon. Door de hoge temperatuur kan de kaars smelten en verkleuren.
– Bol- en stompkaarsen niet langer dan 3-4 uur achter elkaar laten branden.
– Kaarsen met een diameter van 10 cm of meer moeten de eerste keer blijven branden totdat de kaars tot ongeveer 1 cm van de buitenrand gesmolten is. Dit om te voorkomen dat er ‘tunnels’ ontstaan, waarna de kaars nooit meer goed kan branden.
– Verplaats brandende kaarsen niet, dan worden ze zenuwachtig.
– Buitenkaarsen zijn gevoelig voor vocht in combinatie met vorst. Zij kunnen dan barsten

Resultaat 1–12 van de 90 resultaten wordt getoond

1 2 3 4 6 7 8